Van huis en hof verdreven, doch behouden teruggekeerd

De voorloper van het Deventer Dagblad ‘De Koerier’ schreef in mei 1940 over de ontruiming van De Worp en Steenenkamer het volgende:

DE UITTOCHT
Op den Vrijdagmorgen van den 10den Mei zijn de Hovenbewoners, in een doffe stemming weliswaar, doch zonder paniek – die door wankelmoedigen te voren was gevreesd – uitgetogen naar het Westen, de fietsen beladen met het eerst noodige aan kleeding en dekking, sommigen voorzien van eenig geld, dat in huis was, anderen met weinig of niets, omdat nog geen nieuw weekgeld was ontvangen.
Van hen allen is geen sterveling ontkomen aan de tragische en zware ontroering, te weeg gebracht door de harde noodzaak van dit gedwongen verlaten van huis en hof, van have en goed, onder de doffe, dreunende slagen van de ontploffingen, die, achter hen, de bruggen vernielden.
De stroom van vluchtelingen ging traag langs de wegen. Zwijgend schreden de honderden voort, onvast van tred, met harten van lood.
Aan de uiterste grenzen van de woonwijk kregen allen van de daar dienstdoende politieagenten aanwijzing en den goeden wensch: ‘dat we elkander in de Hoven gezond mogen weerzien’.

GASTVRIJ ONTVANGEN
Vooral Twello heeft een groot deel van dezen menschenstroom opgenomen in huizen en openbare en andere gebouwen. Niemand leed er honger of dorst, niemand ontbeerde er een dak boven het hoofd.
Voorst deed voor alle opgejaagden het voor menschen mogelijke, gedurende al de dagen van nooddruft. Overheid en burgerij hebben er. met practischen kijk op de dingen van den dag en zonder te zien op eigen behoeften van komende dagen, gedeeld van hetgeen men te zamen had.
Deze daden van burgerzin en broederliefde, van burenplicht en zorg voor den naaste, zullen nooit en nimmer door Deventer kunnen en mogen worden vergeten.
Al wat men er ondervond, is van directen invloed geweest, dien Vrijdag en later, op de geesteshouding der van huis en haard verdrevenen, die nu, sedert Maandagmiddag, weer thuis zijn.
Daar in Voorst heeft ieder zijn leed gelaten gedragen, hakend naar het oogenblik van den terugkeer, maar in het vertrouwen, dat bijstand in den nood, in welken vorm ook verleend, voor iedereen bereikbaar zou zijn.
De zieken zijn geholpen in nu verzwaard lijden, de ouden van jaren geschraagd.

GUNSTIGE BERICHTEN
Al spoedig zijn er gunstige berichten gekomen omtrent de achtergelaten woningen, die niet of in enkele gevallen slechts weinig geleden hebben van de ontploffingen en de gevechten. De wakers van de politie en van de luchtbescherming hebben met groote toewijding hun taak volbracht en zorgden mede voor het weren van slechte elementen. Zij deden dat bij dagen en nachten, eendrachtig, eigen nood geringschattend.
Af en toe zijn eenigen teruggegaan naar de Hoven en de Steenenkamer, om daar poolshoogte te nemen. Die van de Hoven keerden terug met de mededeeling, dat alles daar nog in de beste orde was bevonden, onder de daarvoor dienst doende bewaking. Die voor de Steenenkamer hadden gelijke bevinding en zorgden nog tegelijkertijd intusschen voor het melken van het vee, voor de paarden en voor het op lucht zetten en sluiten van de broeibakken, die tegen vorst en zon werden beschermd.
Maar bij dat alles bleven de menschen, eigen ingezetenen in Twello en hun gasten, te midden van welig opgroeiende geruchten, die, gaande van mond tot mond, steeds aangroeiden en zich deelden en tegenspraken. Dat werd de kwelling voor allen te zamen.
De voeding van zoovelen op een betrekkelijk klein oppervlak heeft betrekkelijk weinig zorg gekost. Particulieren hebben zich, mede dank zij de kalmte van de winkeliers en de goede zorgen door dezen, om de voorraden redelijk te verdeelen, van het noodige kunnen voorzien. Het gemeente-bestuur zorgde voor de voeding van hen, die in het groote veilingsgebouw en in scholen een onderkomen vonden. En hoe goed is het eten daar bereid!

TERUG NAAR HUIS
Betrekkelijk spoedig hebben allen den weg terug kunnen aanvaarden. Dat was op Maandagmiddag. Toen eenmaal de boodschap kwam, dat men naar huis terug kon gaan, zijn allen in dezelfde goede orde, als waarin zij zijn gekomen, naar hun woonsteden teruggekeerd, rustig en zonder opwinding. Dankbaar voor lijfsbehoud en voor de verzorging in Voorst genoten.

Foto: de gebombardeerde Buitensocieteit in 1945 (archief Oudheidkundige Kring Voorst).

Heb jij ook bijzondere herinneringen of verhalen over het leven in gemeente Voorst? Doe mee met VOORSTER VERHALEN!